Skip to content

Betreden op eigen risico

In de trein op weg naar het centrum werd ik aangesproken door een meneer met zwart haar, een petje en een getinte huid. Hij vroeg om geld. Ik zei nee en mijn aandacht verplaatste zich weer naar het raam. Ik keek naar rechts en vroeg mij af waarom ik zo makkelijk nee kon zeggen. Wat maakte mij zo gierig? Ik knoopte een gesprekje aan; vroeg naar zijn leven. Hij vertelde over een rechtszaak die gaande is tegen de gemeente. De daklozen cijfers lopen op, de gemeente belooft meer opvangplekken maar die worden niet gerealiseerd. De aboriginal gemeenschap komt in opstand want het is een groot probleem in de stad; zwervende aboriginals met alcohol – en drugs verslavingen. Ik heb het met eigen ogen gezien, het is erg pijnlijk. Ik zei dat ik hem begreep en overhandigde hem een briefje van 20 dollar. Eindhalte in zicht. De stem door de speakers sommeerde iedereen om uit te stappen. Hij glimlachte en bedankte mij vriendelijk. Ik wenste hem succes, we zwaaiden elkaar gedag. Vol zelfcompassie (want het voelde als een goede daad) liep ik naar het overstappunt. De koude wind drong zich een weg door mijn trui en deed de haartjes op mijn armen overeind staan. Het was donker. De ene na de andere bus kwam voorbij maar geen nummer 42. De 1 dollar in mijn hand was inmiddels opgewarmd tot lichaamstemperatuur. Tien minuten later dan gepland kon ik dan eindelijk instappen. Nadat ik mijn bestemming had door gegeven zei de man met ronde brillenglazen en grijze snor: dat is dan 3,20 dollar. Ik keek hem glazig aan en legde uit dat ik tijdens deze rit altijd 1 dollar had betaald. 3,20 dollar herhaalde hij zonder op te kijken en met een iets wat hardere stem. En nee, er kon niet met pinpas betaald worden en er was geen wisselgeld aanwezig. Stamelend deed ik nog een poging om aan te geven dat het toch echt een vergissing moest zijn. De snor bleek volhardend. Hij werd ongeduldig en zei: je laat een hele bus wachten, het is 3,20 dollar of uitstappen. Ik telde zenuwachtig mijn kleingeld en liet hem, door het plastic raam tussen ons in, zien dat ik net niet genoeg had. Dit keer draaide hij zijn hoofd, lichtjes rood aangelopen, naar mij toe. Verhief zijn stem en zei: ma’am I have to ask you to leave the bus NOW! Zonder wat te zeggen, perplex en gevuld met haatgevoelens stapte ik uit. Daar stond ik dan met mijn goede gedrag. Waar is karma als je het nodig hebt? Waarom werd ik zo onheus bejegenend? Waar had ik dat aan verdiend? Ik dacht terug aan de dakloze meneer; waarschijnlijk wordt hij dagelijks zo behandeld en heeft ook hij het niet verdiend. Ik voelde me ineens heel erg verbonden met hem. Fuck het openbaar vervoer, dan maar een half uur lopen. Vlak voordat ik mijn eindbestemming bereikte zag ik een bus voorbij rijden met een nummer wat mij bekend voorkwam. Hoogstwaarschijnlijk met dezelfde chagrijnige bestuurder. Ik keek de bus na en stak lafjes mijn middelvinger op. – Dag 2 in Perth. Welcome back to the city!

Begin september landde ik na een 4,5 uur durende vlucht in Perth. Een stressvolle week volgde waarin ik mij een weg baande door de marktplaats jungle om een geschikte auto te kopen. Uiteindelijk kwam ik uit bij een Nissan Xtrail die ik Lucky heb genoemd omdat het nummerbord 1CKY mij aan het woord deed denken. Ook om een beetje geluk af te dwingen. Met genoeg ruimte om erin te slapen, een sunroof en minimale mechanische issues was dit de perfecte auto voor mij.

Ik kon niet wachten om de stad te verlaten en weer omgeven te zijn door bomen en het geluid van de vogels. In kringloopwinkels kocht ik keukengerij, opvouwbare tafel, koelbox, gastelletje en een camping stoel. Van vrienden waarbij ik verbleef kreeg ik een matras, ik hing Tibetaanse gebedsvlaggetjes op om het grijze interieur wat op te vrolijken en was klaar om te vertrekken richting het noorden.

Uiteraard was het weer even wennen om onderweg te zijn in een onbekende auto en om een onbekende route te nemen naar onbekend gebied. Mijn eerste stop was Exmouth. Een klein dorpje ergens op een peninsula 3 uur rijden van de grote weg. Alles gebeurd daar op en in het water. Het is een typische badplaats.

Een van mijn dagen licht ik graag uit. Een Amerikaanse medereiziger had een local ontmoet en vroeg of ik zin had om met hem en haar een boottochtje te maken om te snorkelen. Natuurlijk! Na een goede snorkel sessie merkte de local op dat er wat gaande was een paar kilometer verderop in de open zee. Drie touring boats dobberde rond op een vast punt en lieten toeristen het water ingaan. Nadat ze hun kunstje hadden gedaan was het onze beurt. We sprongen in de diep blauwe oceaan waarbij de bodem niet te zien was. De golven namen je mee, op een neer. Aan de oppervlakte zwom een magische zeecreatie: de whale shark, de walvishaai. De grooste vis van de oceaan, al doet zijn naam anders vermoeden dit dier is uiterst vriendelijk. Onder water is alles stil, sereen en rustig net zoals de bedachtzame bewegingen van de walvishaai die zijn hele lichaam beweegt in plaats van alleen zijn staart. Ik pakte de hand van het meisje vast en kneep erin om zeker te weten dat het geen droom was. Er zijn nog maar 1000 geregistreerde exemplaren over de hele wereld. De brede en platte kop, de prachtige lichtgevende grote witte stippen en tekeningen op de grijze huid zijn te mooi om waar te zijn. Het was een magische ervaring! De whale shark behoort tot mijn favoriete zeedieren na deze bijzondere ontmoeting.

De local bleek eigenaar te zijn van een eigen toeristen boot. De volgende dag zouden ze voor het laatste keer van het seizoen het water opgaan en ik mocht mee met een flinke korting. Van ‘s ochtends vroeg tot eind van de middag liet ik mijn haren wapperen in de wind, met uizicht over een groen/blauwe glinsterende zee en de zon op mijn gezicht. Het gezellige groepje mensen, de spelende dolfijnen, kleurrijke visjes, het koraal en de huisfotograaf maakte dit uitje compleet.

Terug naar ‘the outback’. Vanaf de zee 8 uur landinwaarts. Met vijf andere backpackers die ik ontmoette in Exmouth ben ik dit avontuur aangegaan. Karijini is in sommige opzichten vergelijkbaar met de desert rondom ALice Springs. Het is een natuurgebied maar tegelijkertijd wordt er veel geld verdient aan ijzererts wat gewonnen wordt door de mijnbouw. Australia verdient er veel geld aan en ze zijn zeker niet van plan ermee te stoppen. Een groot contrast tussen het onaangetaste natuurschoon en de verwoestende hand van de mens. Pijnlijk om te zien waar een product vandaan komt wat zo alledaags is, een product wat we (onbewust) zoveel gebruiken, wat ook handig en efficient is. Niet alleen de aarde wordt omgeploegd, ook het verstorende geluid, de trillingen, de felle lampen, de vrachtwagens, auto’s en treinen die betrokken zijn bij het proces hebben een negatieve invloed op de omgeving. Het is confronterend en wat kun je eraan doen? Lieve mensen, koop zo weinig mogelijk nieuwe spullen en recycle.

De Karijini wereld lijkt van een andere planeet. Het heeft een sterke aboriginal historie die nog voelbaar is. Wanneer je over het land tuurt is er geen rotskloof te bekennen. De gorges -de rotskloven zijn ondergronds, als een schat verborgen, diep in de aarde. Hier vonden we verkoeling en waren we beschermd tegen de red dust. Daar buiten was het rode woestijnzand de baas. Op de meeste plekken konden we alleen maar komen via onverharde wegen.

Het is er warm, de lucht is droog en het water is ‘hard’ wat de huid alleen nog maar meer uitdroogt. Vooral als je Maaike heet. De red dust nestelt zich in je porien. Het gezonde kleurtje is schijn, in wezen ben je een wandelende zandbak. Ook de hele auto was veranderd in een rode stofwolk. De binnen- en buitenkant, alles was bedekt met een laagje, jawel, stof. Tevergeefs probeerde ik nog wat dingen schoon te houden maar het was een onbegonnen strijd. Het enige wat ik kon doen was de situatie accepteren. Het komt wel vaker voor tijdens het reizen dat ik mij moet aanpassen aan onverwachte omstandigheden. Wat mij helpt, elke keer weer, is te bedenken dat alles tijdelijk is. En als ik om mij heen keek was ik het ongemak ook al snel vergeten.

Wat mij opviel waren de informatie bordjes waarop men gewaarschuwd werd voor het water, de hitte, de afstanden, de hoogtes, gladde ondergrond, losliggende stenen, slangen etc. De kloven zijn gigantisch en kronkelen door het ondergrondse landschap. Ik begreep nooit zo goed waar alle heisa voor nodig was, het leek mij logisch om voorzichtig te zijn. Tot ik een van de rangers -parkwachters ontmoette die mij ongelofelijke verhalen vertelden over hoe mensen daadwerkelijk in gevaar zijn gekomen met soms een dodelijk afloop. Met 25 jaar ervaring had hij heel wat meegemaakt. Om te beginnen met het water, sommige mensen kunnen niet zwemmen en beseffen niet dat het water te diep is om te staan en zinken zo naar de bodem. De ranger en omstanders hebben er heel wat kunnen redden maar niet allemaal. Of die keer dat hij ‘s avonds laat een paar dronken tieners vroeg waar hun vriend was gebleven (ze waren illegaal aan het kamperen). Hij bleek niet in zijn tent te liggen maar wel op de bodem van het ravijn. De jongeman was waarschijnlijk gaan plassen en had een paar stappen (en glazen) te veel gezet. Of toen iemand een rots op klom om zijn vriendin vanuit de juiste hoek te fotograferen. Enkele seconden later kwam hij met rots en al naar beneden en werd bedolven onder het steen. En dan nog het meisje dat haar rug brak na het uitglijden over een steen. Nare verhalen, ik weet het. Tegelijkertijd maakt het de plek ook rauw, spannend en uitdagend. Ik vind het geweldig dat deze gebieden op eigen risico begaanbaar zijn. Zonder overal hekjes, paaltjes, linten en parkwachters om mensen te behoeden van ongelukken. Het zou zonde zijn als we dit zouden missen vanwege veiligheidsmaatregelen. De magie die er hangt, de kleuren, de formaties, de patronen van de rotspartijen, het overweldigende en imposante is absoluut a-dem-be-ne-mend!

Samen met Kieran (wijze fotograaf), Melissa (chaotische yoga lerares) Ludo (speelse Italiaanse Tarzan), Sophie (bedachtzame turnster) en Zoe (getatoeëerde vuur spuwer) hebben we kampvuurtjes gemaakt, onze hoofden onder watervallen gestoken, een weg gevonden door smalle rotsgangen, mount Bruce beklommen, gezwommen in ijskoude poeltjes, in de schaduw gelezen en hagedisjes van dichtbij bekeken. Wat een geluk dat Kieran onze week op deze onvergetelijke manier heeft vastgelegd.

Nadat ik afscheid had genomen van mijn medereizigers ontmoette ik Tyler. Een gebruinde jongeman van 22 uit Melbourne met een klein spleetje tussen zijn voortanden. Ik noemde hem de hagedis want hij lag altijd te zonnen op een rots. Hij heeft een fascinatie voor de natuur, cultuur en de mensheid en las daar interessante boeken over. Zoveel bewondering voor zijn wijsheid en bewustzijn. We hadden meteen een goede klik. Hij heeft een Nederlandse vader maar helaas heeft zijn vader de Nederlandse taal nooit met hem gesproken. Aan het einde van de middag deelden we onze biertjes, crackertjes, kaasjes en nootjes met elkaar. Ik hou van ‘borrelen’ zei ik en leerde hem dat typisch Nederlandse woord. Als je de kans krijgt een Engelstalig persoon het woord ‘borrelen’ te laten zeggen, doe het, het is hilarisch! Het klinkt meer als ‘boggelen’. Ook al hebben we maar 3 dagen met elkaar door gebracht, ik zal me altijd verbonden voelen met mijn nieuwe gay vriend!

Na het sociale geweld was het tijd om weer alleen op avontuur te gaan. Ik besloot naar Mill stream National Park te gaan. Een oase in de woestuin had men mij verteld. Ik had toestemming nodig om gebruik te maken van de onverharde weg die mij erheen zou leiden. Een zogenaamde ‘dirt road’ die werd gebruikt door de mijnwerkers, meterslange vrachtwagens en liep langs een trein rails met kilometer (!) lange treinen. In een toeristen informatie centrum bekeek ik een instructie video waarin ik 20 minuten werd bestookt met beelden van brandende, botsende en omgekieperde auto’s. Oorzaak waren de onverantwoordelijke automobilisten die te hard reden, onder invloed waren, aan de verkeerde kant van de weg reden of vrachtwagens hadden ingehaald. Het leek meer op een ontmoedigingsbeleid dan een instructie video. Na 2 jaar Australie ben ik wel wat gewend dus ik gokte er maar op dat ik het samen met LUCKY wel zou redden!

Veilig en wel aangekomen in het national park werd ik overvallen door de hitte. Voor het eerst sliep ik in mijn tentje omdat het verstikkend heet was in de auto en de muggen mij te makkelijk wisten te vinden. Een goede reden om de lichtjes koepel te bewonderen vanuit mijn bedje. Ik ben twee nachten gebleven. Een mega rivier was de enige verkoeling en om eerlijk te zijn, na Karijini valt alles een beetje tegen.

Het is zo’n fijn gevoel om nieuwe plekken te ontdekken en wakker te worden met elke keer een ander bijzonder uitzicht over de zee, een meer, de woestijn, een rivier of het bos. Hier een selectie van de verschillende campsites.

De haan, Simga (‘blijdschap’ in het Hebreeuws), scharrelde rond op deze mooie plek aan de kant van een rivier. Een lief Israelisch stel naast mij hadden hem de naam Simga gegeven. Hij kraaide je wakker in de ochtend en toen het stel was vetrokken volgde hij mij op de voet. Als ik een duik in de rivier nam, wachtte hij aan de kant tot ik terug was en hij lag in de schaduw van de auto te slapen. Hij maakte schattige geluidjes, wat kippen ook doen. Ik vond hem leuk maar ook een beetje eng want als ik laag bij de grond zat om een plas te doen kwam hij dreigend aanlopen om zijn snavel als wapen te gebruiken. Passanten vroegen of het mijn huisdier was. Simga leek mij toch een te gefrustreerde dominante haan zonder levensdoel dus ik besloot hem maar niet mee te nemen als huisdier.

Karratha is het noordelijkste puntje wat ik heb aangetikt. Vanaf daar werd het me te warm en benauwd en ben ik begonnen aan mijn reis terug naar Perth. In totaal heb ik 4200 km gereden in 6 weken. Dat is ongeveer dezelfde afstand als een retourtje Lissabon. Ik blijf me verbazen over de immense afstanden hier in Australie. Zeker als ik die vergelijk met Europa.

Op de terugweg ben ik gestopt in Monkey Mia, Kalbarri en The Pinnacles. Monkey Mia staat bekend om de familie dolfijnen die dichtbij de kust jagen op vis. Ik stond daar in het water af te koelen toen een dolfijn op een meter afstand langs mij zwom. Pretty cool. Wat mij verder facineerde is de rode duinen. The red desert meets the sea. Buiten dat was er niet zo heel veel aan, te toeristisch naar mijn smaak; 15 dollar om het strand te bezoeken en een caravan park die de duisternis verstoort met lantarenpalen.

Op een half uurtje rijden, at Little Lagoon, liep ik Amber tegen het lijf, een local die op vakantie was en ook van plan om richting Kalbarri te gaan. We besloten samen een wandeling te maken de volgende ochtend. We waren iets te laat vertrokken waardoor het al snikheet was. Schuilend onder een rots tegen de zon overwogen we of we zouden doorgaan of niet. We hadden ons niet echt ingelezen en wisten niet hoe ver het nog was. Te nieuwsgierig gingen we toch door en dat is maar goed ook want wat ons te wachten stond was een enorme rotskloof met een meer om in te zwemmen. We waren helemaal alleen wat het nog specialer maakte. De gorge kun je eindeloos volgen. Ook hier waren de rots patronen adembenemend. Als vloeistof golfde de lijnen over de rotsen.

Mijn laatste stop, op 2 uur rijden van Perth, was The Pinnacles. Vreemde creaties in de duinen.. Ik was vroeg en had het park even voor mij alleen, ik waande rond in deze Dali achtige omgeving. Voor ik uitstapte liet ik een flinke bui aan mij voorbij gaan. De wolken werden verplaatst door de harde wind en maakte ruimte voor de zon.

In het informatie centrum vond ik deze uitleg wat duidelijk maakte wat de vreemde beeldhouwwerken zijn; versteende boomstammen van duizenden jaren oud.

De zomer zit eraan te komen, het begint al aardig op te warmen hier aan de kust. Ik ben bezig met het voorbereiden van een lange wandeltocht voordat het te heet wordt. De Bibbulmun track loopt van Perth helemaal naar het Zuidelijke plaatsje Denmark, in totaal zo’n 1000 km lang. Dat is mij wat hoog gegrepen dus waarschijnlijk begin ik ergens halverwege en loop ik tot de blaren ondraaglijk worden. De trail loopt door de Karri forest, deze torenhoge eucalyptus bomen zijn uniek in hun soort en nergens anders in Australië te vinden. Het lijkt me heerlijk om het land weer op de voetjes te verkennen.

Ik logeer bij mijn lieve vrienden Rosie en Lachie (zijn naam klinkt als Lucky) op 5 minuten lopen van het strand Trigg. Ik voel me ook erg lucky met de auto die mij probleemloos honderden kilometers heeft rondgereden en deze fijne plek om te verblijven. Naast het vooruitzicht op een nieuw avontuur heb ik de behoefte om te chillen en na te genieten van al het moois wat ik heb gezien/meegemaakt de afgelopen weken. Ik zit voorlopig nog wel even goed hier in Australië.

Published inUncategorized

5 Comments

  1. Elisah Elisah

    Op goed geluk je pagina weer eens geopend en ik werd zowaar beloond met een prachtig lang verhaal en een hoop foto’s!
    Wat leuk om weer een kijkje te krijgen in jouw avonturen van de afgelopen drie maanden.

    Snorkelen met de walvishaai, de prachtige kloven, de dolfijn, de hagedis(haha), de kilometers over asfalt en onverharde wegen met LUCKY en de verschillende vrienden die je overal maakt. Wat een mooie foto’s, en ook veel van jouzelf deze keer. Mooie meid.

    Veel plezier en succes met je voettocht door het eucalyptusbos! En eerst nog even lekker chillen met je vrienden lekker dichtbij het strand.

    XxxxxxxElisah

  2. StefD StefD

    Hey lieve Maaike,

    Wat een lang verhaal dit keer, leest heeeerlijk weg!!

    En wat een mooooooooie foto’s. Met natuurlijk jou als stralende middelpunt!! En stralen doe je!!

    Wat jij als mooi ervaart, vind ik het griezelig dat je overal kan komen met de risico’s van dien!! Ben gewoon niet zo’n held hahahaha.. al die verhalen over die ongelukken doen mij bibberen.

    Prachtige blauwe zee!! En bizar dat bomen kunnen verstenen. Vraag me af of dat bij alle bomen gebeurd, zolang je ze niet kapt??

    I’am glad that you felt zo LUCKY!! Fijne zomer daar gewenst. Hier doet de winter weer z’n intrede en daarbovenop nog steeds veel gedoe door corona. Mja.. we kunnen niet allemaal zo boffen als jij en gelukkig bof ik wel dat ik jou mooie verhalen kan lezen, elke keer weer iets nieuws, een genot voor het brein.

    Lieve Maaike nog heel veel mooie avonturen gewenst.. ik wacht met smart op nog vele mooie verhalen!!

    Liefs,
    Stef

  3. Dennis Dennis

    Beetje late reactie, maar wat een ervaringen weer. Zo tof!! 👌 Echt enorm leuk geschreven ook.

    Genietse verder met je ongelofelijke avonturen! 💪

  4. Mari Mari

    Het enige wat ik kan zeggen is WOW! Jeetje lieverd, ik ben intens jaloers en tegelijkertijd zo super blij voor jou dat je dit allemaal mag zien en mee maken. En gelukkig kunnen wij een klein beetje mee genieten door al je mooie verhalen en foto’s!

    Geniet nog heel meer en blijf vooral schrijven en foto’s maken.

    Dikke kus van mij

  5. StefD StefD

    Hey lieve Maaike,
    Zag net op het nieuws dat het in Australië al new year is.

    Hoop dat je fijne kerstdagen hebt gehad en the best wishes for 2022!!

    Hoop zo dat alles goed met je gaat en dat je zo erg geniet!!
    Ik mis je af en toe nog steeds. Zijn op vele fronten turbulente tijden.

    Blijf genieten en je dromen najagen!!

    Liefs,
    Stef

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *